WhatsApp
Achtergrond

De geschiedenis van lachgas

Lachgas is al tweeënhalve eeuw bekend. Het begon als laboratoriumcuriositeit, werd een verdovingsmiddel en eindigde in Nederland op lijst II van de Opiumwet.

Laatst bijgewerkt: oktober 2026 · Leestijd ongeveer 3 minuten · Geschreven en gecontroleerd door het team van Lachgas Holland

1772: Priestley en een onbekend gas

De geschiedenis van lachgas begint in Engeland, in het laboratorium van de predikant en natuuronderzoeker Joseph Priestley. In 1772 beschreef hij een gas dat ontstond wanneer hij stikstofmonoxide in contact bracht met vochtig ijzervijlsel. Hij gaf het een naam uit de scheikunde van zijn tijd die niemand meer gebruikt. Priestley isoleerde in dezelfde jaren ook zuurstof en ammoniak, en lachgas was voor hem vooral een van de vele ‘luchtsoorten’ die hij wist te maken. Dat het gas iets bijzonders met mensen deed, heeft hij zelf nooit onderzocht; dat inzicht kwam bijna dertig jaar later.

Davy en de naam laughing gas

Rond 1799 werkte de jonge chemicus Humphry Davy in Bristol bij het Pneumatic Institution van Thomas Beddoes, waar men onderzocht of gassen ziekten konden genezen. Davy ademde het gas zelf in, liet vrienden als de dichters Coleridge en Southey meedoen en legde alles vast in een boek uit 1800. Hij beschreef de euforie, het lachen en het verdwijnen van pijn, en merkte op dat het gas misschien bruikbaar was bij operaties. Die opmerking bleef ruim veertig jaar onopgemerkt. Wat wel bleef hangen, was de bijnaam laughing gas en de gewoonte om het gas op feestjes en in rondreizende shows te laten inademen.

1844: een tandarts in Hartford

De doorbraak kwam uit een onverwachte hoek. In december 1844 bezocht de tandarts Horace Wells in Hartford, Connecticut, een demonstratie van de showman Gardner Colton en zag hoe een man onder invloed van lachgas zijn been verwondde zonder iets te voelen. De volgende dag liet Wells zichzelf een kies trekken terwijl hij het gas inademde, en voelde naar eigen zeggen niets. Een publieke demonstratie in Boston in 1845 mislukte doordat de patiënt kreunde, en ether nam daarna een tijd de hoofdrol over. Toch bleef lachgas in de tandheelkunde, zeker toen Colton het in de jaren zestig van die eeuw opnieuw introduceerde.

In de decennia daarna leerden artsen het gas te combineren met zuurstof, zodat patiënten niet langer blauw aanliepen door zuurstoftekort. Daarmee werd lachgas van een riskant experiment een bruikbaar verdovingsmiddel. Het bleek relatief mild, werkte snel en was snel weer uitgewerkt, eigenschappen die het tot op de dag van vandaag geschikt maken voor kortdurende ingrepen. Tandartsen in Europa en Amerika namen de methode op grote schaal over, en de stalen cilinder met gecomprimeerd gas verving de gaszakken van de eerste jaren.

De twintigste eeuw: kliniek, keuken en motor

In de twintigste eeuw kreeg lachgas drie vaste rollen. In het ziekenhuis werd het een standaardonderdeel van de anesthesie, vaak in een mengsel met zuurstof; vanaf de jaren zestig raakte een kant-en-klaar mengsel van gelijke delen in gebruik bij bevallingen en in de ambulance. In de keuken deed het gas zijn intrede als drijfgas voor slagroom in spuitbussen en sifons, later geregistreerd als additief E942. En in de techniek bleek het een handige zuurstofleverancier: tijdens de Tweede Wereldoorlog werd het in sommige vliegtuigmotoren geïnjecteerd voor extra vermogen op grote hoogte, en later gebruikten coureurs hetzelfde principe. De chipindustrie ontdekte het als procesgas.

Recreatief gebruik en de weg naar de Opiumwet

In Nederland bleef lachgas lang een randverschijnsel buiten de kliniek en de keuken. Dat veranderde in de jaren tien van deze eeuw. Na een uitspraak van het Europese Hof van Justitie viel lachgas vanaf 2016 niet langer onder de Geneesmiddelenwet maar onder de Warenwet, en werd het als gewoon consumentenproduct verkocht. Patronen lagen bij supermarkten en in webshops, en op straat en bij festivals werd het gebruik zichtbaar. Ziekenhuizen meldden steeds vaker jonge patiënten met zenuwschade door een B12-tekort, gemeenten zagen zwerfafval en overlast, en de politie registreerde ongelukken waarbij bestuurders onder invloed van lachgas reden.

Veel gemeenten reageerden met verboden in hun eigen verordeningen, maar een landelijke regel ontbrak. Na een risicobeoordeling door het Coördinatiepunt Assessment en Monitoring nieuwe drugs kondigde de regering eind 2019 een verbod aan, dat na vertraging op 1 januari 2023 inging. Sindsdien staat lachgas op lijst II van de Opiumwet, met uitzonderingen voor medisch, technisch en voedingsgebruik. De officiële toelichting staat op rijksoverheid.nl; wat de wet in de praktijk inhoudt, bespreken we in is lachgas legaal in Nederland.

Wat deze geschiedenis leert

Tweeënhalve eeuw na Priestley is lachgas tegelijk een onmisbaar medisch gas, een alledaags keukenhulpmiddel en een verboden roesmiddel. Die drie gezichten horen bij dezelfde stof, en de geschiedenis laat zien dat de waardering steeds afhing van de context: wie het gebruikt, hoeveel en waarom. De lessen van Davy over pijnstilling zijn nog altijd geldig, net als de waarschuwingen van negentiende-eeuwse artsen over zuurstoftekort. Wie meer wil weten over wat het gas precies is en doet, leest verder in wat is lachgas; de lokale regels komen aan bod in lachgasregels per gemeente.

Let op: Jaartallen en namen zijn ontleend aan gangbare historische overzichten; over details bestaan in de literatuur soms kleine verschillen. Lachgas is uitsluitend voor 18+.
Over deze informatie: deze tekst is opgesteld en nagelezen door Lachgas Holland en wordt herzien wanneer wetgeving of inzichten veranderen. Wij bezorgen uitsluitend aan volwassenen en geven nergens instructies voor gebruik. Vraag of fout gezien? Neem contact met ons op.

Bestellen in jouw provincie?

Stuur een WhatsApp met je woonplaats, het formaat en het gewenste moment. Een bezorger in jouw regio krijgt de rit zodra jij de prijs en het tijdvak hebt bevestigd.

WhatsApp ons nu